Press

NIW - Feb. 13, 2004


Broadway in Wenen


De roemruchte Nestroy Hof in Wenen kan weer een joods theater worden.
[English translation is forthcoming.]

Jarenlang was in de Nestroy Hof in Wenen een supermarkt gevestigd. De klanten deden er boodschappen, zonder te weten dat ze zich in een voormalig theater bevonden. Ook de hurders wisten van niets, totdat architect Christian Prasser twee jaar geleden achter tussenmuren en boven het verlaagde plafond het glazen dak van het theater, gietijzeren balustrades en een podium blootlegde. Ruim vier jaar staat het pand nu leeg en intussen smeekt het om het gelach en het applaus van vroeger.

Het Jugendstilgebouw op de hoek van de Tempelgasse en de Praterstrasse werd in 1898 gebouwd door Oskar Marmorek, een joodse architect en vriend van Theodor Herzl. In de loop der jaren veranderde de naam van Trianon Theater via Intimes Theater en Theater Reklame in Nestroy Hof. Het eerste spraakmakende stuk dat er wird opgevoerd was De doos van Pandora van Frank Wedekind. Het ging in 1905 in besloten kring in première, op initiatief van de bekende schrijver en intellectueel Karl Kraus. De censuur had dit stuk, waarop Alban Berg later de opera Lulu baseerde, verboden.

In Wenen woonden voor de Tweede Wereldoorlog zo´n 200.000 joden. Er waren acht joodse theaters, allemaal aan of nabij de Praterstrasse, ook wel het ´joodse Broadway´ van Wenen genoemd. De meeste andere podia waren kleiner en vaak gericht op operette, melodrama en revues. Het publiek bestond vooral uit Oost-Europese emigranten.

Lat hoger leggen

Het gezelschap Die Jüdische Künstlerspiele, in 1927 opgericht door directeur Jacob Goldfliess, had een breed repertoire en speelde in het Jiddisj én het Duits. "Zij streefden naar goed joods theater en legden de lat duidelijk hoger", stelt theaterwetenschapster Brigitte Dalinger.

Sanford Goldfless (58) uit New York weet nog dat zijn vader Jacob trots vertelde over het bezoek dat het New York´s Yiddish Art Theater van Maurice Schwartz in 1937 kwam brengen. Hiermee nam de reputatie van de nestroy Hof enorm toe. Ook waren er gastoptredens van bekende groepen iut Wilna en Boekarest; verder waren Simon Nathan uit Lodz en Paul Baratoff uit Rusland klinkende namen.

De band met de zionistische beweging was sterk. Dit blijkt al uit titels van stukken als Auf nach Tel Aviv, Ohne Zertifikat nach Palestina en Hallo, Hallo, hier Radio Jerusalem, die door Abisch Meisels waren geschreven, de schrijver van het gezelschap. Bij de opvoering werden er collectes gehouden voor zionisten. De stukken werden dikwijls in samenwerking met zionistische organisaties nagespeeld in theaters in Tsjecho-Slowakije, Roemenië en Parijs, aldus Dalinger. In het boek Verloschen Sterne citeert ze Herbert Kelman, docent aan Harvard, die dit theater als kind regelmatig bezocht heeft. Hem zijn behalve actrice Sevilla Pastor vooral de chassidische liederen bijgebleven, met teksten gebaseerd op het joodse gebed. Ook werd er in asjkenasisch Hebreeuws gezongen.

Illustratief was volgens Sanford Goldfless ook de uitvoering van Die Sendung Semaels van Arnold Zweig, een antimilitaristische Duitse jood. Het stuk ging over een oude rituele moord in Hongarije en bevatte verijzingen naar de actualiteit. De hoofdrolspeler, de Duitse acteur Leo Reuss, was niet meer welkom in Duitsland en wilde zijn carrière in Oostenrijk voortzetten als ariër met geblondeerd haar. Maar de camouflage mislukte en Reuss wird opgenomen in het Nestroy Hof-gezelschap.

Een hoogtepunt was volgens Goldfless het bezoek van toneelgroep Habima uit Palestina in februari 1938. Het verschafte het Nestroy Hof een internationale reputatie. Maar aan deze toestand kwam met de Anschluss in maart een einde. Jacob Goldfliess vluchtte naar New York en zegde het theaterleven vaarwel. Abisch Meisel zette als een van de weinigen zijn werk voort in Londen.

De Amerikaan Warren Rosenzweig, oprichter en artistiek directeur van het Jewish Theatre Austria, wil het publiek met deze geschiedenis confronteren en van de Nestroy Hof een centrum voor joodse cultuur maken.

Diep geraakt

Toen Sanford Goldfless over dat plan hoorde, was hij diep geraakt. "Ik wist niet dat mijn vaders theater nog bestond", zei hij. "Ik weet hoe dankbaar mijn vader zou zijn gweest, als hij zou weten dat mensen zich voor een wedergeboorte inzetten." Van de overige zeven theaters is niets meer over. Reden te meer om zuinig te zijn op het bijzondere erfgoed.

"Het publiek wil het. Iedereen snapt het", roept Rosenzweig. Hij schat de investering op een half miljoen euro, maar tot zijn spijt vindt hij nauwelijks gehoor bij de instanties. De rechts-conservatieve regering en het sociaal-democratische stadbestuur van Wenen zeggen geen steun toe. "Veel gezelschappen zitten in de financiële problemen, tientallen van de kleine theaters waaraan Wenen rijk is, gaan failliet. Het huidige klimaat is helaas niet bevorderlijk voor de oprichting van een nieuw theater", weet Rozenzweig. Ook de Israëlitische Kultus Gemeinde kann hem niet helpen.

Uiteindelijk ligt de beslissing over de toekomst van het pand bij de twaalf eigenaren. Zij zitten niet te wachten op een armlastig theater, laat beheerder Stefan Sztatecny weten. "Het is hoogst onwaarschijnlijk dat een theater de huur kann opbrengen. Tevens zijn er veel investeringen nodig om te voldoen aan de huidige eisen."

Geen argument

Het feit dat het Nestroy Hof onder Monumentenzorg valt, is voor de eigenaren geen argument om er een theater in te vestigen. "Als het geheel intact blijft, is een andere bestemming ook mogelijk."

"Wenen heft nu amper zevenduizend joden" zegt Rosenzweig. "Als de stad deze kans niet grijpt om de vernietigde joodse cultuur te ondersteunen, is dat weer een klap in het gezicht van de joodse gemeenschap. Dan is het vernietigen van joodse cultuur geen geschiedenis maar een manier van werken." Rosenzweig blijft het proberen. Hij kan zich niet voorstellen dat het project zal mislukken.

Monique Broeshart

© 2004 NIW